Categoriemarkering

Enki-updates

Wat als je het datacenter naar de stroom brengt?

Jakob Stanton

Paul Kunneman

General Director

Wat als je het datacenter naar de stroom brengt?

Vijf manieren om dit te doen, en waarom één de meeste zin heeft

Paul Kunneman, medeoprichter Project Enki | Augustus 2026

De logica van energietransport is al meer dan een eeuw hetzelfde. Je wekt stroom op waar het kan en brengt het via het hoogspanningsnet naar de plekken waar mensen wonen en werken.

Nederland doet dit al meer dan honderd jaar en het werkt. Vrijwel elke netgebruiker past in dat model. Fabrieken, kantoren en huishoudens staan waar de mensen zijn, en de stroom komt naar hen toe.

Datacenters zijn de eerste grote stroomverbruiker waarbij die aanname begint te verschuiven. Ze verbruiken enorm veel energie, en een deel van wat ze doen is ongevoelig voor afstand. Voor het meeste werk is de locatie nog steeds belangrijk, al was het maar omdat een datacenter gebouwd en beheerd moet worden. Een deel ervan is dat niet. Training is het duidelijkste voorbeeld. Een trainingsronde duurt vaak weken, en of de data er nu één milliseconde of twintig milliseconden over doet om aan te komen, maakt voor het resultaat niets uit. Dat is niet het enige voorbeeld. Fine-tuning, batch inference en grote wetenschappelijke berekeningen zijn net zo ongevoelig voor afstand. Dit is de compute die je in principe kunt plaatsen waar de stroom is, in plaats van waar de gebruiker zit.

Dit roept een vraag op die de sector lang onbeantwoord heeft gelaten. Wat als je de compute naar de energie brengt in plaats van de energie naar de compute?

Het idee is niet nieuw. Waterkrachtcentrales in Noorwegen trokken in de jaren 90 al datacenters aan. IJsland promoot zijn geothermische energie als koelwater en goedkope stroom voor serverparken. Maar de vraag wordt urgenter nu de stroomnetten volstromen, vergunningen jaren duren en AI de vraag naar compute opstuwt tot niveaus die niemand vijf jaar geleden voorzag. Eind 2025 stonden er in Nederland meer dan 15.000 bedrijven op de wachtlijst voor een nieuwe of zwaardere netaansluiting. In Duitsland lopen de doorlooptijden voor sommige projecten op tot bijna tien jaar. Tegelijkertijd wordt windenergie op de Noordzee regelmatig afgeschakeld omdat het net de stroom niet kan opnemen.

Er zijn vijf serieuze manieren om compute naar energie te brengen. Elk verdient een eerlijke blik.

Waterkracht

Het oudste antwoord op de vraag. Noorwegen, IJsland, het noordwesten van de Verenigde Staten, Canada. Waterkracht is stabiel, voorspelbaar en goedkoop. Het datacenter van Meta in Luleå draait grotendeels op Zweedse waterkracht, gecombineerd met koude buitenlucht.

Het probleem is schaal en geografie. De beste waterkrachtlocaties zijn al bezet of bijna vol. Noorwegen heeft nu dezelfde wachtrijen voor aansluitingen die het voorheen presenteerde als het alternatief. En waterkracht zit waar rivieren en hoogteverschillen zijn, niet waar de grote vraag naar AI vandaan komt. Transport blijft een bottleneck. Voor Europa als geheel lost het weinig op.

Geothermie

IJsland is het schoolvoorbeeld. Energie uit de aarde, ruim beschikbaar, geen transport nodig. Het werkt. IJsland heeft juist op basis hiervan een aantrekkelijke datacentermarkt opgebouwd.

Maar geothermie is geografisch nog beperkter dan waterkracht. De plekken met voldoende geothermisch potentieel op de juiste diepte zijn schaars. Buiten IJsland, Kenia, Nieuw-Zeeland en een handvol andere locaties is het op grote schaal geen serieuze optie. Voor de Europese AI-compute-vraag lost het niets op.

Zonne-energie

De meest besproken optie van het moment. Microsoft, Meta en Google bouwen of plannen datacenters in zonrijke regio's zoals Spanje en de Golfstaten, direct naast grote zonneparken. De logica klopt. Zonnestroom die je toch niet op het net kwijt kunt, wordt direct omgezet in compute.

Er zijn twee bezwaren. De zon schijnt niet de klok rond, maar voor AI-training is dat minder fataal dan voor andere workloads, omdat een trainingsronde kan pauzeren en hervatten. Het echte probleem is de benuttingsgraad van je dure hardware. De capaciteitsfactor van zonne-energie in Europa ligt gemiddeld tussen de 11 en 17 procent. Over een jaar gezien levert een zonnepark dus maar een klein deel van zijn maximale vermogen, met vele uren waarin er vrijwel niets is. De GPU's in een AI-datacenter zijn de duurste component en renderen alleen als ze vrijwel continu draaien. Koppel ze direct aan zonne-energie en ze staan het grootste deel van de tijd stil. Dat compenseren met batterijopslag is technisch mogelijk, maar op de vereiste schaal loopt de businesscase spaak.

Dan is er nog de warmte. De locaties met het meeste zonnepotentieel zijn ook de heetste. Een datacenter in de Sahara of aan de Perzische Golf moet koelen bij een buitentemperatuur van 45 graden. Je wint aan de energiekant en verliest aan de koelingskant. Bovendien liggen de beste zonneparken buiten de EU, in landen met andere rechtssystemen en andere geopolitieke belangen. Voor iedereen die een soevereine Europese AI-infrastructuur wil bouwen, is dat precies het probleem dat je wilde oplossen.

Kernenergie

De herontdekking van de energiesector. Small modular reactors (SMR's) worden gepresenteerd als dé oplossing voor energieverslindende datacenters op afgelegen locaties. Microsoft heeft een deal gesloten met Constellation Energy voor kernenergie voor zijn Azure-datacenters, en Google deed hetzelfde met Kairos Power.

De realiteit is dat deze kleine reactoren in 2025 bijna nergens operationeel zijn. De eerste commerciële projecten staan gepland voor 2030 of later. Als technologie is het veelbelovend. Als antwoord op een urgent probleem past het nu nog niet; er is op dit moment geen snel opschalingspad voor SMR's.

Offshore wind

En dan de vijfde optie, die op het eerste gezicht het minst voor de hand ligt. Een datacenter op zee, naast een windpark. Geen vaste grond. Golven van zout water.

Kijk naar wat er werkelijk gebeurt. Volgens Aurora Energy Research heeft Europa in 2024 zo'n 72 TWh aan hernieuwbare stroom afgeschakeld, waarvan een aanzienlijk deel windenergie. Strikt genomen vallen de cijfers lager uit, afhankelijk van de definitie, maar het patroon is hetzelfde. Groene stroom wordt structureel weggegooid omdat het net vol is. Op de Noordzee worden windparken soms stilgezet (curtailed) omdat er geen ruimte is op het hoogspanningsnet. Die energie wordt niet meer geoogst zodra de turbine stopt. Wind wacht niet.

Tegelijkertijd staat Europa voor een paradox. De vraag naar AI-compute groeit snel, maar er is geen plek om nieuwe datacenters te bouwen en geen stroom om ze te laten draaien. Steden als Amsterdam, Dublin en Frankfurt hebben de bouw van nieuwe datacenters beperkt of bevroren. Het net is vol, koelwater is schaars en de vergunningen komen niet. Twee sectoren die elkaar nodig hebben, maar elkaar niet kunnen vinden.

Offshore wind heeft een eigenschap die de andere vier opties missen. De energie wordt opgewekt op precies de locaties waar je een datacenter kunt plaatsen zonder dat je iemand tot last bent. Geen omwonenden. Geen drinkwaterverbruik, want zeewater koelt de servers. Geen vergunningsstrijd op land. En een groot deel van de energie die het datacenter verbruikt, zou anders zijn afgeschakeld. In die uren had de turbine stilgestaan.

De technologie is er, op een manier die de andere opties nog missen. Offshore-platformen worden al decennia gebouwd voor olie, gas en wind. Modulaire datacenters die je kunt verschepen bestaan al. Onderzeese kabels verbinden platformen al met het vasteland. Koeling met zeewater is geen experiment. Google koelt zijn datacenter in Hamina al sinds 2011 met water uit de Finse Golf. Het enige wat nieuw is, is het combineren van al deze onderdelen op één locatie.

Dit is ook precies de richting die we onderzoeken bij Project Enki. Samen met Vattenfall en ABB onderzoeken we de haalbaarheid van een offshore AI-datacenter in de Noordzee, aangesloten op bestaande windparken. Het project bevindt zich in een verkennende fase.

Het principe is simpel. In sommige uren produceert een windpark stroom die het net niet kan opnemen. Een datacenter naast de turbine neemt die stroom af. De turbines blijven draaien, energie die anders verloren zou gaan gaat naar AI-workloads, and de data reist via een onderzeese kabel terug naar de klant op het vasteland.

Wat dit verandert

Wat dit interessant maakt, gaat verder dan de technologie alleen. Het verandert de economische logica van offshore wind.

Windparken die worden afgeschakeld, verdienen niets in de verloren uren. Dat is een verlies voor de exploitant, voor de investeerder en voor de energietransitie. Een datacenter naast de turbine verandert dat. Het geeft bestaande windparken een tweede inkomstenstroom in de uren dat het net vol is. Het maakt nieuwe windparken makkelijker te financieren, omdat de businesscase minder afhankelijk is van netcapaciteit. En het maakt de energietransitie zelf stabieler.

Voor de AI-sector is het het spiegelbeeld. Geen wachtrij, geen drinkwater, geen vergunningsstrijd, geen bezwaren van omwonenden. Project Enki richt zich op de compute die niet naast de gebruiker hoeft te zitten. Training op de eerste plaats, maar ook fine-tuning, batch inference en ander werk dat op de achtergrond draait in plaats van in real-time. Wat deze gemeen hebben, is dat ze hongerig zijn naar stroom en ongevoelig zijn voor een paar extra milliseconden afstand. Real-time inference, gaming en trading hebben een server dicht bij de gebruiker nodig. Dit soort werk niet. Het heeft stroom nodig, zo goedkoop en zo groen mogelijk.

En veel van dit werk kan pauzeren en hervatten. Training is het duidelijkste geval, omdat een run kan opslaan en weer oppakken waar hij gebleven was. Daarom is de variabiliteit van wind hier beheersbaar op een manier die dat voor real-time werk niet zou zijn. Dit is compute die je niet straft omdat je draait op een bron die stijgt en daalt.

De kosten van stilstaande hardware

Er zit een addertje onder het gras, en dat is eerder financieel dan technisch. In een AI-datacenter zijn de GPU's het onderdeel dat je niet stil kunt laten staan. Ze zijn duur, ze worden minder waard of ze nu draaien of niet, en ze moeten volledig worden betaald, ongeacht hoe vaak ze rekenen. De businesscase draait niet om de stroomprijs. Het draait om hoe vaak die GPU's aan het werk zijn.

Dit is de echte reden waarom goedkope energie op zichzelf niet genoeg is. Een cluster dat dertig procent van de tijd rekent, is niet een derde van een business. Het is bijna helemaal geen business, omdat de hardware in beide gevallen evenveel kost. Gratis stroom op een stilstaande GPU verliest nog steeds geld. Benutting is de beperking die bepaalt of een locatie werkt, en het diskwalificeert geruisloos de meeste van de bovenstaande goedkope stroomopties. Zonne-energie faalt hier als eerste. Dat geldt ook voor elk ontwerp dat dure hardware koppelt aan een fluctuerende bron en er het beste van hoopt.

Offshore wind haalt deze drempel wel, maar niet op basis van de capaciteitsfactor alleen. Een Noordzeewindpark levert gemiddeld over het jaar zo'n 40 tot 50 procent van zijn nominale vermogen, veel meer dan zonne-energie en nog steeds te weinig voor wat dure hardware nodig heeft. Het getal dat ertoe doet is niet dat gemiddelde. Het is hoe vaak de wind boven het niveau zit waarvoor het datacenter is gebouwd. Als je het datacenter bouwt op de volledige piek van het windpark, draait het alleen op vol vermogen als het hard waait, wat zeldzaam is. Als je het bouwt op een fractie van die piek, een kwart of een derde, komt de wind bijna altijd boven dat lagere niveau uit. Een windpark bereikt slechts af en toe zijn volledige vermogen. Het levert bijna altijd een basisniveau. Je geeft de pieken op, die het datacenter toch niet had kunnen opvangen, en in ruil daarvoor is de stroom waarvoor je hebt gebouwd er wanneer je die nodig hebt.

Dan blijven de uren over dat het echt windstil is. Hier is het eerlijke antwoord dat het datacenter stroom van land haalt. Dit klinkt als een tegenstrijdigheid en dat is het niet. Het net levert een aanvulling, niet de basislast. Het grootste deel van de energie blijft afgeschakelde wind die anders verloren zou zijn gegaan. De aanvulling dekt een minderheid van de uren en loopt over de eigen kabel van het windpark naar de kust, die in precies die uren stilligt omdat de turbines nauwelijks produceren. Er is geen nieuwe aansluiting nodig en geen jarenlange wachtrij. Een belasting die alleen op het net leunt als er ruimte over is, is precies de flexibele vraag waar een netbeheerder actief om vraagt.

Er is één eerlijke kostenpost, en dat is timing. Een lange, windstille, koude periode is precies het moment waarop stroom op de markt het schaarst en duurst is, dus de aanvulling in die uren is niet goedkoop. Maar het is een klein deel van het jaar, en betalen hiervoor beschermt de benuttingsgraad die het hele cluster levensvatbaar maakt. Het resultaat is een locatie die voor het overgrote deel op wind draait, bewust gedimensioneerd, met een bescheiden aanvulling vanaf het land voor de uren dat de wind het niet dekt. Dat is wat de GPU's vaak genoeg aan het werk houdt om de economie reëel te maken, terwijl het grootste deel van de energie groen, goedkoop en anders verspild blijft.

Er is ook een breder argument. Europa heeft decennia aan expertise in offshore engineering en een van de sterkste maritieme industrieën ter wereld. Het heeft de windparken. Het heeft de kennis. Het heeft een groeiende markt van bedrijven en overheden die bewust op zoek zijn naar infrastructuur die voldoet aan Europese normen, onder Europees recht, op Europese bodem.

Conclusie

De andere vier manieren om compute naar energie te brengen zijn elk begrensd. Door geografie, door het net, door timing. Offshore wind op de Noordzee combineert wat de andere afzonderlijk missen. Overschot dat nergens heen kan. Een locatie waar niemand in de weg staat. Technologie die al bestaat. En een markt die wacht.

De vraag was: wat als je het datacenter naar de stroom brengt?
Op de Noordzee ligt het antwoord al klaar.

Paul Kunneman is medeoprichter van Project Enki, een Nederlands bedrijf dat AI-datacenters op zee bouwt, direct naast offshore windparken. Project Enki werkt samen met Vattenfall en ABB aan Europa's eerste offshore AI-infrastructuur.

projectenki.com | contact@projectenki.com